Belangrijke informatie Covid-19 AFAS Live klik hier

Leon Ramakers over het begin van de HMH

Terug naar overzicht

Leon Ramakers over het begin van de HMH

20 jaar Heineken Music Hall en AFAS Live! Zeker na een jaar waarin sectorbreed een groot rood kruis door de volledige programmering moest, kunnen en mogen we dit niet stilletjes aan ons voorbij laten gaan. Voor deze serie duiken we met verschillende coryfeeën de archieven in om terug te blikken op twee decennia HMH/AFAS Live. Het spits bijten we af met de man bij wie het allemaal begon, Mr. HMH himself, Leon Ramakers.

‘Ik heb altijd gedacht; “Daar móet business in zitten”.

Leon Ramakers is een van de meest succesvolle mensen in de Nederlandse muziekindustrie. Hij was jarenlang directeur en eigenaar van MOJO Concerts en is nog steeds artiestboeker van de groten der aarde. Het unieke idee om een eigen popzaal in Amsterdam te bouwen, kwam bovendien uit zíjn koker. De Heineken Music Hall, of AFAS Live zoals we hem vandaag kennen, heeft haar bestaan dus vooral aan deze man te danken.

De uitvoer van zulke prachtige plannen heeft nogal wat voeten in de aarde. Dat blijkt wel uit het feit dat Leon al in 1992 voor het eerst zijn ideeën aan de gemeente Amsterdam presenteerde. In een notendop: De gemeente levert de locatie en dus de grond. De concertorganisator ontwerpt, bouwt én exploiteert de boel. Daarmee zou MOJO de eerste partij zijn die een stad een nieuw cultureel gebouw ‘schenkt’. Een onmogelijk te weigeren aanbod, was de verwachting:
‘Ik dacht als die brief aankomt, word ik direct opgehaald met een Rolls Royce!’.
Er gebeurde helemaal niets. Toch bleef Leon altijd met het idee in zijn achterhoofd rondlopen. En aanhouders winnen.

‘Uiteindelijk begon het balletje te rollen en kregen we allerlei plekken aangeboden. Waaronder een nieuw initiatief “Rockdok”. Een soort drijvende locatie naast het Centraal Station waar een zaal op gebouwd zou worden. Dat kwam echter uit op een bedrag van 18 miljoen gulden. We hadden maar een klein budget dus dat ging niet door.’

Het moest een relatief goedkoop te bouwen hal voor 6.000 bezoekers worden. Een zaal die qua omvang het gat zou vullen tussen locaties voor 2.000 man en de Ahoy. Van belang was vooral dat de akoestiek en de zichtlijnen goed waren. Uiteindelijk kwam er een aanbod in Amsterdam Zuid-Oost omdat de ontwikkelingen in dat gebied maar traag van de grond kwamen.
‘Ik heb getwijfeld maar toen ik besefte dat de plek heel gunstig ligt, naast snelwegen en een treinstation, zijn we begonnen. Uit mijn studietijd kende ik Frits van Dongen en hij heeft het ontwerp van het gebouw gemaakt. Dick van Zuijlen was directeur bij MOJO en heeft samen met Erik Molenaar de financiële infrastructuur opgemaakt.’

In de zoektocht naar een naamgevend sponsor kwam men bij Heineken terecht. Het biermerk had nét naast het sponsorship van de, toentertijd fonkelnieuwe, Arena gegrepen. In de hoop dat de brouwerij zich niet nogmaals zo’n uitgelezen kans door de neus zou laten boren, volgde er een gesprek. Er werden bedragen gewenst en er volgde een teleurstellend tegenbod. Na een knap staaltje blufpoker waarin werd gesuggereerd dat er een waslijst aan gegadigden was die wél aan de financiële verwachtingen wilde voldoen, gaf Heineken zich uiteindelijk gewonnen en kwam over de brug. De Heineken Music Hall was een feit en de officiële opening volgde op 15 maart 2001. De rest, zoals ze dan wel zeggen, is geschiedenis.
Met de slogan “Live Will Never Be The Same” werd er hoog ingezet en geclaimd dat de beste akoestiek van Europa in Amsterdam te vinden was. ‘Goed geluid’ blijkt voor zowel publiek als artiesten een subjectief begrip:
‘Lou Reed kwam ooit binnen om te soundchecken. Hij slaat een paar akkoorden aan en is helemaal perplex van het geluid. Hij kijkt me aan en zegt “goed gedaan jochie”. Bryan Adams wilt er daarentegen nooit meer spelen. Doordat het gebouw zo is ontworpen dat de wanden en het plafond het geluid absorberen, kreeg hij het idee dat het publiek niet levendig genoeg was. De akoestiek is voor hem eigenlijk té goed.’

Voor Ramakers zelf zijn de shows van Bob Dylan, Neil Young en Charles Aznavour concerten de in het geheugen gegrift staan.
‘Rammstein met drie shows in 2001 was trouwens ook onvergetelijk. Hoe de zaal toen niet helemaal is afgebrand, is me nog steeds een raadsel. Wat een show!’

Leon Ramakers (in het midden) met U2.

Terugkijkend zou Leon nooit helemaal tevreden zijn geweest als hij heel zijn leven boeker was gebleven. Het is het totaalpakket wat hem een gelukkig mens maakt. Eerst MOJO opgestart en uitgebreid. Toen North Sea Jazz gekocht en Lowlands begonnen. Vervolgens kwam de Heineken Music Hall en daarna ook de Ziggo Dome. Hij heeft nog één laatste doel: op de één of andere manier betrokken zijn bij een wereldhit.
De vraag of hij inderdaad zo’n verdienstelijk zanger is, laten we maar achterwege wanneer Ramakers vertelt dat hij voornamelijk druk is met investeren in bepaalde artiesten en hun management.
Aanhouders winnen, dat heeft al gebleken. Hier gaan we ongetwijfeld meer van horen.



Volgende maand vertelt ex-directeur Paul Stiekema over zijn tijd in de Heineken Music Hall.

Meer

20 jaar Heineken Music Hall en AFAS Live! Zeker na een jaar waarin sectorbreed een groot rood kruis door de volledige programmering moest, kunnen en mogen we dit niet stilletjes aan ons voorbij laten gaan. Voor deze serie duiken we met verschillende coryfeeën de archieven in om terug te blikken op twee decennia HMH/AFAS Live. Het spits bijten we af met de man bij wie het allemaal begon, Mr. HMH himself, Leon Ramakers.

‘Ik heb altijd gedacht; “Daar móet business in zitten”.

Leon Ramakers is een van de meest succesvolle mensen in de Nederlandse muziekindustrie. Hij was jarenlang directeur en eigenaar van MOJO Concerts en is nog steeds artiestboeker van de groten der aarde. Het unieke idee om een eigen popzaal in Amsterdam te bouwen, kwam bovendien uit zíjn koker. De Heineken Music Hall, of AFAS Live zoals we hem vandaag kennen, heeft haar bestaan dus vooral aan deze man te danken.

De uitvoer van zulke prachtige plannen heeft nogal wat voeten in de aarde. Dat blijkt wel uit het feit dat Leon al in 1992 voor het eerst zijn ideeën aan de gemeente Amsterdam presenteerde. In een notendop: De gemeente levert de locatie en dus de grond. De concertorganisator ontwerpt, bouwt én exploiteert de boel. Daarmee zou MOJO de eerste partij zijn die een stad een nieuw cultureel gebouw ‘schenkt’. Een onmogelijk te weigeren aanbod, was de verwachting:
‘Ik dacht als die brief aankomt, word ik direct opgehaald met een Rolls Royce!’.
Er gebeurde helemaal niets. Toch bleef Leon altijd met het idee in zijn achterhoofd rondlopen. En aanhouders winnen.

‘Uiteindelijk begon het balletje te rollen en kregen we allerlei plekken aangeboden. Waaronder een nieuw initiatief “Rockdok”. Een soort drijvende locatie naast het Centraal Station waar een zaal op gebouwd zou worden. Dat kwam echter uit op een bedrag van 18 miljoen gulden. We hadden maar een klein budget dus dat ging niet door.’

Het moest een relatief goedkoop te bouwen hal voor 6.000 bezoekers worden. Een zaal die qua omvang het gat zou vullen tussen locaties voor 2.000 man en de Ahoy. Van belang was vooral dat de akoestiek en de zichtlijnen goed waren. Uiteindelijk kwam er een aanbod in Amsterdam Zuid-Oost omdat de ontwikkelingen in dat gebied maar traag van de grond kwamen.
‘Ik heb getwijfeld maar toen ik besefte dat de plek heel gunstig ligt, naast snelwegen en een treinstation, zijn we begonnen. Uit mijn studietijd kende ik Frits van Dongen en hij heeft het ontwerp van het gebouw gemaakt. Dick van Zuijlen was directeur bij MOJO en heeft samen met Erik Molenaar de financiële infrastructuur opgemaakt.’

In de zoektocht naar een naamgevend sponsor kwam men bij Heineken terecht. Het biermerk had nét naast het sponsorship van de, toentertijd fonkelnieuwe, Arena gegrepen. In de hoop dat de brouwerij zich niet nogmaals zo’n uitgelezen kans door de neus zou laten boren, volgde er een gesprek. Er werden bedragen gewenst en er volgde een teleurstellend tegenbod. Na een knap staaltje blufpoker waarin werd gesuggereerd dat er een waslijst aan gegadigden was die wél aan de financiële verwachtingen wilde voldoen, gaf Heineken zich uiteindelijk gewonnen en kwam over de brug. De Heineken Music Hall was een feit en de officiële opening volgde op 15 maart 2001. De rest, zoals ze dan wel zeggen, is geschiedenis.
Met de slogan “Live Will Never Be The Same” werd er hoog ingezet en geclaimd dat de beste akoestiek van Europa in Amsterdam te vinden was. ‘Goed geluid’ blijkt voor zowel publiek als artiesten een subjectief begrip:
‘Lou Reed kwam ooit binnen om te soundchecken. Hij slaat een paar akkoorden aan en is helemaal perplex van het geluid. Hij kijkt me aan en zegt “goed gedaan jochie”. Bryan Adams wilt er daarentegen nooit meer spelen. Doordat het gebouw zo is ontworpen dat de wanden en het plafond het geluid absorberen, kreeg hij het idee dat het publiek niet levendig genoeg was. De akoestiek is voor hem eigenlijk té goed.’

Voor Ramakers zelf zijn de shows van Bob Dylan, Neil Young en Charles Aznavour concerten de in het geheugen gegrift staan.
‘Rammstein met drie shows in 2001 was trouwens ook onvergetelijk. Hoe de zaal toen niet helemaal is afgebrand, is me nog steeds een raadsel. Wat een show!’

Leon Ramakers (in het midden) met U2.

Terugkijkend zou Leon nooit helemaal tevreden zijn geweest als hij heel zijn leven boeker was gebleven. Het is het totaalpakket wat hem een gelukkig mens maakt. Eerst MOJO opgestart en uitgebreid. Toen North Sea Jazz gekocht en Lowlands begonnen. Vervolgens kwam de Heineken Music Hall en daarna ook de Ziggo Dome. Hij heeft nog één laatste doel: op de één of andere manier betrokken zijn bij een wereldhit.
De vraag of hij inderdaad zo’n verdienstelijk zanger is, laten we maar achterwege wanneer Ramakers vertelt dat hij voornamelijk druk is met investeren in bepaalde artiesten en hun management.
Aanhouders winnen, dat heeft al gebleken. Hier gaan we ongetwijfeld meer van horen.



Volgende maand vertelt ex-directeur Paul Stiekema over zijn tijd in de Heineken Music Hall.

Leon Ramakers over het begin van de HMH